Franciscus en de sultan – de regula

De regula non bullata uit 1221

Naast de teksten uit de ‘heiligenlevens’ is er nog een Regula non bullata uit 1221 (van Franciscus zelf) waarnaar men steevast verwijst als het om het uitzonderlijke vredesapostolaat van Franciscus gaat. Daarin is namelijk een sectie te vinden die instructies geeft aan die broeders ‘die onder de saracenen en andere ongelovigen gaan’.  Met name door deze regel in het Nederlands te vertalen en uitgebreid toe te lichten, heeft J. Hoeberichs het beeld van de vredesapostel Franciscus gecreëerd (Franciscus en de Islam, Assen 1994). Naar mijn aanvoelen meer een voorbeeld van inlegkunde dan van uitlegkunde. Men oordele echter zelf door de regel te lezen en dan een antwoord te formuleren op de volgende twee vragen: 1. Welke missie hebben de fratres minores als zij onder de ongelovigen gaan wonen ? en 2. Op welke wijze moeten zij die vervullen (en op welke wijze dus niet) ?

1 De Heer zegt: “Zie, Ik zend jullie als schapen tussen de wolven.
2 Wees dus omzichtig als slangen en eenvoudig als duiven.” (Mt 10,16)
3 Daarom mag iedere broeder, die op goddelijke ingeving onder de saracenen en andere ongelovigen wil gaan, vertrekken met verlof van zijn minister en dienaar
 (= administratieve termen voor functies/posities binnen de orde)
4 En de minister zal verlof geven en zich niet verzetten, als hij ziet dat zij geschikt zijn om uitgezonden te worden; want hij zal aan de Heer rekenschap moeten afleggen als hij hierin of in andere zaken zonder onderscheidingsvermogen te werk is gegaan.
5 De broeders echter die vertrekken, kunnen op twee manieren geestelijk onder hen leven.
6 De ene manier is dat zij geen twistgesprekken of woordenstrijd aangaan, maar zij zullen om God ondergeschikt zijn aan ieder menselijk schepsel en belijden dat zij christenen zijn.
7 De andere manier is dat zij, als zij zien dat het de Heer behaagt, het woord van God verkondigen, opdat dezen geloven in de almachtige God, De Vader, de Zoon en de Heilige Geest, in de schepper van alles, in de Zoon, de verlosser en redder, en opdat zij gedoopt worden en christenen worden. Want wie niet herboren is uit water en de Heilige Geest, kan het Rijk Gods niet binnengaan. (vgl. Joh 3,5)
8 Deze en andere dingen die de Heer behagen kunnen zij hun en anderen zeggen, want de Heer zegt in het evangelie: “Ieder die mij belijdt voor de mensen, hem zal ook ik belijden voor mijn Vader, die in de hemel is,” (Mt 10,32)
9 en: “Wie zich schaamt over mij en mijn woorden, over hem zal ook de Mensenzoon zich schamen, als hij komt in zijn heerlijkheid en in die van de Vader en van de engelen.” (vgl. Lc 9,26)

De missie is duidelijk: Net zoals Franciscus moeten zijn ‘broeders’ met lichaam en ziel getuigen van de drie-ene God en door het voor te leven (= belijden) laten zien wie Christus is en wat zijn levensgave voor de mensen betekent. De beide grote theologische struikelblokken (God = Triniteit, en Christus-zoon-van-God = de enige Redder) worden nadrukkelijk genoemd. Dus geen water in de wijn.

De bedoeling van deze regel lijkt mij vooreerst dat men onbesuisde types (die in discussie gaan, het debat zoeken) tot de orde moet roepen, of nog beter: liefst helemaal niet uitzendt. Relevant om te weten is dat in 1520 een kleine groep monniken naar Marokko is getrokken om op deze wijze te evangeliseren en dat met het leven heeft moeten bekopen. Zij werden als martelaren vereerd en velen wilden hun voorbeeld navolgen…

Volgens deze regel (die niet door de paus is goedgekeurd overigens, vandaar non bullata) is dat niet acceptabel. Er zijn maar twee manieren om van Christus te getuigen in landen die niet christelijk zijn, namelijk: 1. jezelf in alle nederigheid kenbaar maken als christen en het daarbij laten (regel 6) en 2. (indien opportuun en daartoe gemandateerd!) openlijk het evangelie proclameren en oproepen tot bekering (regel 7).

Ik vermoed dat Franciscus lessen heeft geleerd van zijn eigen actie bij de belegering van Damiate, waar hij – volgens de Chronique d’Ernoul – nogal zelfverzekerd en tamelijk uitdagend geëvangeliseerd heeft voor de sultan, èn het er enkel levend heeft afgebracht omdat de sultan ‘barmhartiger’ was dan zijn theologisch-juridische raadgevers. Gecombineerd met de verering van de martelaren van Marokko, lijkt me de intentie van deze regel afdoende verklaard.