Bijbelboeken (1) – onstaan

Door wie en wanneer zijn die eigenlijk geschreven?

Het Oude Testament is het eindresultaat, het gestolde product, van een lang creatief en cumulatief proces van mondelinge en schriftelijke overlevering tegelijk (niet na elkaar, zoals men vroeger vaak wat simplistisch dacht). Daarbij gaat het om allerlei soorten teksten die voor de Israëlieten klaarblijkelijk belangrijk waren. Hoever de verhalen (elementen ervan) teruggaan is niet meer te zeggen, maar de oudste lagen van de overgeleverde verhalen gaan waarschijnlijk toch wel 3.000 jaar terug in de tijd (Regeringsperiode van David/Salomo). De overlevering van die verhalen gebeurde niet in een vacuüm, maar werd gedurende het hele proces, van begin tot eind (codificatie van de Hebreeuwse bijbel zoals wij die kennen) beïnvloed door culturele, maatschappelijke en politieke factoren. Ook belangrijk: Tijdens het proces van overleveren en op-schrift-stellen van die overlevering stond ook de ‘godsidee’ of de visie op het ‘uitverkoren volk’ en de bijbehorende oermythes niet stil. Anders gezegd: Er is een sterke interactie tussen mondelinge en schriftelijke traditie, wederzijdse beïnvloeding, waarvan wij bitter weinig feitelijk weten.

[voor een visueel overzicht van de vermoedelijke ontstaanstijd van de verschillende bijbelboeken, klik hier] De oude ‘bronnentheorie’ was te massief, maar de hoofdgedachte dat er diverse stemmen te horen zijn in de verschillende teksten, en dat er ‘redacteuren’ aan het werk zijn geweest, is inmiddels wel breed geaccepteerd. Meest recent wetenschappelijk overzichtswerk: David M. Carr, The Formation of the Hebrew Bible. A New Reconstruction. OUP 2011.

Van een complexe traditie…

Het begon – zo zeggen wetenschappers tamelijk unisono – met verhalen die mondeling werden overgeleverd. Met de eerste schriftelijke vastlegging was echter de mondelinge traditie niet afgelopen. Integendeel. Die ging voort, zowel los van de vastgelegde tekst, als gekoppeld aan tekst (reciteren, memoriseren). Ook werkte de mondelinge overlevering in op de opgeschreven teksten. De eerste schriftlegging is niet meteen sacrosanct geweest. Teksten konden worden aangepast, uitgebreid, gecorrigeerd, geüpdated etc. In de oud-oosterse wereld (h)erkende men ook dat sommige ‘hervertellers’ hiertoe een speciale gave hadden, gezag. Maar ook het omgekeerde gebeurde. De schriftelijke tradities begonnen ook de mondelinge te beïnvloeden. Dit gebeurde volgens een tegengestelde glijdende schaal: Naarmate de heiligheid van bepaalde geschriften groter werd en er meer ‘Schrift’ kwam, nam de invloed van de mondelinge traditie op de vastgelegde teksten af.

… tot “Heilige Schrift”

De ‘geschreven traditie’ begon de mondelinge traditie meer en meer te beheersen en werd gaandeweg normatief. Tenslotte mocht de traditie enkel nog de ‘Schrift’ correct overleveren en voorlezen (en interpreteren natuurlijk, dat wel). De traditie kwam ‘onder de Schrift’ te staan. De Schrift werd ‘Heilige Schrift’. Steeds meer aandacht ging naar de correcte overlevering van de ‘geschreven tekst’. Ook begon de religie zelf meer en meer te cirkelen rond de vraag: ‘Wat is nu eigenlijk de correctie interpretatie van de opgeschreven teksten’.

Een tijdstabel (overzicht)

Voor een visueel overzicht van de vermoedelijke ontstaanstijd van de verschillende bijbelboeken, klik hier. Dit opent een aparte pagina met een tijdsbalk, waarop het resultaat van het wetenschappelijk onderzoek (literair-historisch) naar dit overleveringsproces is samengebracht.