Scherpenheuvel als Mariale burcht en besloten hof

Het verhaal van Scherpenheuvel – onderdeel van het Vlaams cultureel en christelijke geheugen – illustreert de identiteitsverandering die het katholicisme doormaakt in de zestiende eeuw. Van een diffuus communaal beleefd ‘bijgeloof’ rond de heilige eik van Scherpenheuvel (maar dat is al de term van een latere beoordelaar) tot een specifiek geduide Mariale bedevaart in een barokke basiliek:

Van heilige eik tot Mariale kerk

Sinds mensenheugenis staat er op een eenzame heuvel tussen Diest en Zichem een mysterieuze eik. Haar bladeren hadden een magische kracht, zo wist men. Ook christenen trokken naar de boom om genezing te vinden. Vooral de mensen van Zichem wisten de weg daarheen te vinden. Vooral tegen koorts scheen het goed te werken. In de vroege vijftiende eeuw was opeens een beeldje van de Maagd Maria in de boom verschenen. De geestelijken maakten de pelgrims duidelijk dat eigenlijk niet de boom of de bladeren geneeskrachtig waren, maar dat de maagd Maria de wonderdoenster was.

Toen in de zeventiende eeuw Scherpenheuvel letterlijk in de frontlinie tussen protestantse en katholieke troepen te liggen kwam, werd de tocht naar Scherpenheuvel een daad van sterk katholiek geloof, heldhaftig, bij tijden grenzend aan een sollicitatie naar het martelaarschap. De verontwaardiging was enorm, toen de Staatse troepen het Mariabeeldje uit de boom haalden en vernietigden. Tegelijk vermenigvuldigden zich de verhalen over wonderbaarlijke genezingen, die m.n. de gewonde Spaanse soldaten te beurt vielen. Het leger verdreef uiteindelijk de geuzen. De overwinning werd opgedragen aan Maria, en de boom van Scherpenheuvel werd voorzien van een nieuw Mariakapelletje, nu een symbool van het militante katholicisme, met een sterk patriottisch element. De pelgrims stroomden massaal  toe en elke genezing die was een bewijs dat het katholicisme het ware geloof was.

Vooral nadat het aartshertogelijk paar de kapel had bezocht in 1603. De pastoor liet een houten kapelletje maken, waarin hij het beeldje dat tot dan toe in de boom had gehangen, onderbracht. De hogere geestelijkheid kreeg het echter steeds moeilijker met de explosie aan genezingsverhalen, de één nog spectaculairder dan de ander. Pelgrims leken enkel geïnteresseerd in lichamelijk welzijn, en nauwelijks in ‘geestelijke zaken’. Ook vermoedden ze dat niet alle verhalen over wonderbaarlijke genezingen even betrouwbaar waren. De protestanten dreven er sowieso al de spot mee. Bisschop Miraeus van Antwerpen werd op onderzoek uitgestuurd en stelde vast dat de ‘eik een gevaar begon te worden voor de pelgrims’ omdat souvenierjagers de boom systematisch uitholden.

In 1604 gaf de aartsbisschop van Mechelen het bevel om de heilige eik om te hakken. Zo werden de eik en Maria gescheiden. Van het hout liet hij o.a. nieuwe Mariabeeldjes maken. Stukken van het hout doken nog jaren later op, tot diep in Spanje, en waren zeer gegeerd. Door de huisarchitect van het aartshertogelijk paar, Wensel Cobergher werd er op de heuvel een basiliek gebouwd geheel volgens de ideeën van de contra-reformatorie. De vorm van een burcht, en een besloten hof tegelijk. De symboliek kan niet duidelijker. Een sterke Mariale devotie kleurt het hele plan. De liturgieviering volgens de officiële ritus komt zo in het middelpunt te staan en Maria krijgt nu de kans om voluit de harten van de gelovigen te veroveren. Iets waar ze met glans in is geslaagd.9 In minder dan 50 jaar is een wat diffuse volksdevotie door de confessionalisering tot een identitair statement van de rooms-katholieke kerk geworden, waarbij ze haar eigen identiteit inhoudelijk (Maria-leer) in de verf zet en dat nadrukkelijk doet door zich te profileren tegenover de concurrent (of beter ‘vijand’. De burchtvorm is niet voor niets gekozen).

TOEGIFT: Het themanummer van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen’ 2005/1, dat geheel gewijd is aan de basiliek van Scherpenheuvel, heeft een interessant artikel over de symboliek van de bouw. Omdat ze zo veelzeggend is, hier een afbeelding die alles zegt. De plattegrond van Wenceslas Cobergher. De vestingstructuur is duidelijk, maar ook de tuin is aanwezig. Daaronder nog enkele foto’s genomen uit het themanummer, waarvan ik de historisch-theologische artikelen onderaan deze pagina overneem (PDF-reader).

Het hele nummer kunt u gratis bekijken/downloaden op http://www.tento.be/sites/default/files/tijdschrift/pdf/OKV2005/Scherpenheuvel.pdf

De vestingstad Scherpenheuvel. Gravure uit de Chorographia sacra Brabantiae van Antonius Sanderus (1659) ex, Ruusbroecgenootschap, Antwerpen

Natuurlijk moesten de wonderen goed in de verf gezet worden. Hier een ‘historie van de mirakelen’ uit 1606, daarna een heel sjieke lofprijzing op Maria van de hand van niemand minder dan Justus Lipsius.

Numan mirakelen
Filips Numan, Historie van de mirakelen (Brussel, 1606). ex. Ruusbroecgenootschap, Antwerpen
Lipsius scherpenheuvel
De Latijnse lofzang van de Madonna van Scherpenheuvel. Voorpagina van Diva Virgo Aspricollis van Justus Lipsius, (Leuven 1623). ex. Ruusbroecgenootschap, Antwerpen
kapel scherpenheuvel
Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel, schilderij met het interieur van de stenen kapel, na 1610. (basiliek Scherpenheuvel). Dit is het gebouw dat in plaats kwam van de eenvoudige kapel bij de eik, en weer afgebroken is toen de basiliek werd gebouwd.

Artikelen uit Openbaar Kunstbezit Vlaanderen 2005/1

Pages from OKV_2005-1_Scherpenheuvel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.